Vrijwillige ouderbijdrage

Basisonderwijs
De ouderbijdrage is een vrijwillige bijdrage. In de schoolgids van de school moet dit expliciet vermeld staan. Ook dient de schoolgids informatie te bevatten over de hoogte van de ouderbijdrage. De school moet duidelijk aangeven wat het beleid is ten aanzien van de deelname aan activiteiten van leerlingen van ouders die deze bijdrage niet wensen te betalen.

Speciaal onderwijs
Een school voor speciaal onderwijs mag alleen een vrijwillige bijdrage aan de ouders vragen. Het moet voor ouders te allen tijde ondubbelzinnig duidelijk zijn dat het gaat om een vrijwillige bijdrage. Daarnaast is van tevoren overeenstemming nodig van het ouderdeel van de MR over de vrijwillige bijdrage.

Iedere school mag een ouderbijdrage vragen voor extra activiteiten en andere, niet tot het onderwijs behorende zaken. De wettelijke bepalingen rond de vrijwillige ouderbijdrage zijn vereenvoudigd. Het is niet meer verplicht een overeenkomst met ouders over deze ouderbijdrage te sluiten en een model van een dergelijke overeenkomst op te nemen in de schoolgids.
De toelating van leerlingen: deze mag niet afhankelijk worden gesteld van het betalen van de ouderbijdrage.

De bijdragen voor de voor-, tussen- en naschoolse opvang vallen niet onder ‘vrijwillige ouderbijdragen’.

Wetgeving vrijwillige ouderbijdrage vereenvoudigd
Overeenkomst met ouders niet meer verplicht
De wettelijke bepalingen rond de vrijwillige ouderbijdrage zijn vereenvoudigd (ministerie van OCW). Het is niet meer verplicht een overeenkomst met ouders over deze ouderbijdrage te sluiten en een model van zo'n overeenkomst op te nemen in de schoolgids.
Ook de passage over de reductie- en kwijtscheldingsregeling is vervallen. Wel moet duidelijk in de schoolgids staan dat de ouderbijdrage vrijwillig is. Het blijft ook verplicht om het beleid rond de ouderbijdrage te bespreken in de MR. De oudergeleding in de MR moet instemmen met de hoogte en de bestemming van de ouderbijdragen. Door de (wettelijke) bevoegdheid is de oudergeleding ook in de positie om een goede kortings- en kwijtscheldingsregeling te treffen.
De meer eenvoudige wetgeving met betrekking tot de vrijwillige ouderbijdrage in het primair en voortgezet onderwijs vloeit voort uit een amendement van CDA en SGP dat eerder in de Tweede Kamer werd aangenomen bij de behandeling van het wetsvoorstel tot wijziging van de Wet op het Onderwijstoezicht (WOT). Het amendement heeft geleid tot aanpassing van de Wet op het Primair Onderwijs (WPO), de Wet op het Voortgezet Onderwijs (WVO) en de Wet op de Expertisecentra (WEC).

De vrijwillige ouderbijdrage is aan wettelijke regels gebonden:
  • scholen moeten duidelijk maken dat het om een vrijwillige bijdrage gaat;
  • informatie over de vrijwillige ouderbijdrage moet in de schoolgids worden opgenomen;
  • scholen mogen geen nieuwe leerlingen weigeren omdat hun ouders de vrijwillige ouderbijdrage niet willen betalen;
  • de ouders in de medezeggenschapsraad moeten instemmen met de hoogte en de bestemming van het ingezamelde geld.
Bovenstaande informatie is gebaseerd op artikel 40, lid 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 27, lid 2 van de Wet op het voortgezet onderwijs, artikel 13 onder c. en 14, lid 2, onder c. van de Wet medezeggenschap op scholen.


Klik HIER om terug te gaan naar de vorige pagina.
Deel deze pagina linkedin facebook twitter meer