Sociale veiligheid op school

Op 26 maart 2015 heeft de Tweede Kamer de Wet sociale veiligheid op school aangenomen.
Op 1 augustus 2015 is deze wet, in de volksmond ook wel de Anitipestwet genoemd, in werking getreden. Met de wet worden schoolbesturen verplicht zorg te dragen voor de sociale veiligheid op hun scholen. Schoolbesturen mogen zelf bepalen hoe zij dit aanpakken..
Scholen zijn nu verplicht om pesten nog beter aan te pakken. De wet heeft een belangrijke functie, omdat scholen nu verplicht worden om zich in te zetten om pesten te voorkomen en aan te pakken. Natuurlijk is het aannemen van een wet niet zaligmakend: het wordt niet direct veiliger op school of het pesten zal niet direct overal voorkomen worden. Er worden nog te veel leerlingen gepest; er zijn nog te veel leerlingen die bang zijn om het volgende slachtoffer te worden.

Wat verandert er: De wet is geen geheel nieuwe wet. Het gaat om aanpassingen van al bestaande wetten: de WPO,WEC en WVO. In de wet zijn de volgende verplichtingen voor schoolbesturen opgenomen:
  1. het voeren van sociaal veiligheidsbeleid (actief veiligheidsbeleid dat doeltreffend is).
    Het hebben van een anti-pestprotocol is niet verplicht. Wel moet elke school beleid voeren gericht op het aanpakken en tegengaan van pesten;
  2. het beleggen van de volgende taken bij een persoon: coördineren van het beleid ten aanzien van pesten en fungeren als aanspreekpunt in het kader van pesten;
  3. de monitoring van de sociale veiligheid van leerlingen, zodanig dat het een actueel en representatief beeld geeft. Hieronder valt ook het welbevinden van leerlingen.

Toezicht op monitoring sociale veiligheid door de Inspectie van het Onderwijs
Per 1 augustus 2015 is voor scholen in het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en speciaal onderwijs de wettelijke bepaling over de sociale veiligheid van leerlingen op school in werking getreden. Onderdeel hiervan is jaarlijkse monitoring door de school van de veiligheidsbeleving van de leerlingen.
De Inspectie zal toezien op de naleving van de zorgplicht van de school voor de sociale veiligheid van de leerlingen (vanaf augustus 2016).
Uitgangspunt hierbij is de monitoring door de school zelf. Als de monitoring op tekorten wijst, is het van belang dat de school maatregelen neemt voor verbetering. Als dat onvoldoende het geval is, zal de inspectie het bestuur daarop aanspreken. Het toezicht van de inspectie is aanvullend op de verantwoordelijkheid van het schoolbestuur, dat als taak heeft de beleving van de sociale veiligheid in kaart te brengen en, waar dat nodig mocht zijn, maatregelen neemt die te verbeteren. De herziene wettelijke eisen voor sociale veiligheid zijn van toepassing in het basisonderwijs, voortgezet onderwijs en speciaal onderwijs.
 
Veiligheidsbeleid en monitoring
In de wet staat de zorgplicht van de school centraal. Van scholen wordt verwacht dat ze alles doen wat nodig is om leerlingen een veilige omgeving te bieden. Het actief tegengaan van pesten is daar onderdeel van. Dit vraagt van scholen dat ze een actief veiligheidsbeleid voeren dat doeltreffend is. Monitoring van de sociale veiligheid van leerlingen geeft daarover informatie. De Memorie van Toelichting bij de wet zegt hierover: “Een school kan pas goed beleid ten aanzien van sociale veiligheid voeren als zij inzicht heeft in de feitelijke en ervaren veiligheid en het welbevinden van de leerlingen. Op basis van monitoring die een representatief en actueel beeld geeft van de sociale veiligheid van de leerlingen, krijgen scholen inzicht in de daadwerkelijke sociale veiligheid op de school.”
Als de resultaten daartoe aanleiding geven, kan de school op basis van deze gegevens het beleid aanpassen. Het schoolbestuur is hiervoor verantwoordelijk.

Toezicht op de monitoring
Het toezicht van de inspectie is aanvullend. Er wordt vooral gekeken of scholen de veiligheidsbeleving van leerlingen monitoren en (als de resultaten uit de monitoring daartoe aanleiding geven) of de school maatregelen neemt tot verbetering. In de wet staat aan welke eisen de monitoring door de school moet voldoen. Samengevat komt het er op neer dat de monitoring jaarlijks moet worden uitgevoerd en een representatief beeld van de school moet geven. Daarbij is van belang dat de school een valide en betrouwbaar instrument gebruikt, dat gestandaardiseerd is. De monitoring moet inzicht geven in de feitelijke en ervaren veiligheid en het welbevinden van leerlingen. Verder geeft de wet aan dat scholen de monitoringsgegevens aan de inspectie beschikbaar moeten stellen.
Scholen kunnen zelf het instrument kiezen dat ze voor de monitoring willen gebruiken. Ze kunnen daarvoor gebruik maken van verschillende instrumenten die daarvoor in omloop zijn, als deze aan de wettelijke eisen voldoen. Door een gestandaardiseerd  instrument te gebruiken, blijft de belasting voor scholen zoveel mogelijk beperkt. Belangrijk is dat de school de monitoring zo inricht, dat het de informatie geeft die nodig is om een veiligheidsbeleid te kunnen voeren dat past bij de eigen situatie.


Klik HIER om terug te gaan naar de vorige pagina.
Deel deze pagina linkedin facebook twitter meer