Geschiedenis van de Medezeggenschap binnen de stichting INNOVO.
Tot 1 januari 2006
Voor 1 januari 2006 zijn er meerdere scholen die door een fusie van 2 kleinere besturen onder een bestuur vallen. Binnen de mogelijkheden van de Wet Medezeggenschap Onderwijs (WMO) wordt de medezeggenschap door de MR’en en GMR uitgevoerd.
Vanuit elke MR moeten 2 vertegenwoordigers (ouder- en personeelslid) in de GMR. Jaarlijks vinden er een paar GMR bijeenkomsten plaats. Tijdens deze bijeenkomsten praten MR-leden over allerlei onderwerpen met een gezamenlijke karakter.
Door de fusie van twee besturen (KSV en Ambiorix) in 2005, de invoering van de lumpsum in 2006 en de Wet Medezeggenschap Scholen in 2007 is een en ander veranderd voor de Raad van Toezicht, het College van Bestuur, Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad, directie van scholen en Medezeggenschapsraden binnen de Stichting INNOVO. De keuzes die hierdoor openstaan, hebben - op korte en langere termijn - regelmatig gevolgen voor de kinderen (en ouders) en het personeel.
Dit alles heeft geleid dat het College van Bestuur en de Gemeenschappelijke Medezeggenschap van de stichting INNOVO vanaf 1 januari 2005 begonnen zijn om gezamenlijk de Gemeenschappelijke Medezeggenschap op een werkbare manier in te richten. Geconstateerd wordt, dat het onmogelijk is om met circa 120 GMR-leden inhoudelijk te discussiëren. Maar ook om efficiënt en effectief standpunten te bepalen bij adviserende of instemmende bevoegdheden. Vooruitlopend op de WMS kiezen de MR’en en het bevoegd gezag in 2005 voor het hebben van een 14 koppige Gemeenschappelijke Medezeggenschapsraad.
Meer informatie, klik hier
Geschiedenis van de Medezeggenschap binnen het onderwijs in Nederland.
Op 1 februari 1982 komt voor het eerst binnen het onderwijs in Nederland een wet (Wet Medezeggenschap Onderwijs) waarin een aantal basisbepalingen (minimumeisen) worden vastgelegd waar de medezeggenschap binnen een school aan moest voldoen.
Vanaf die tijd vinden er vele discussies plaats binnen en tussen vakbonden, scholen, Kamerleden en het Ministerie van Onderwijs over de knel- en verbeterpunten (veelal over de onduidelijkheden in deze wet) waar scholen in Nederland mee te maken kregen.
Tevens wordt er flink gediscussieerd over het dilemma of het wel of niet verstandig is om de Wet op de ondernemingsraden (WOR) ook te laten gelden binnen het onderwijs. De WOR is namelijk enkel alleen voor het personeel en hoe moest dat dan met de medezeggenschap van ouders en leerlingen?
Meer informatie, klik hier

